Ieder jaar stoor ik me er weer aan en toch deed ik er vorige week tot mijn eigen schrik weer gewoon aan mee. Terwijl een collega, die ik een tijdje niet had gezien, me opwachtte bij de afruimband van het restaurant, vroeg ik enthousiast: ‘En? Ben je al lekker weg geweest?’.
Als kind ging ik met mijn ouders niet vaak op vakantie. Als we gingen, bleven we binnen onze eigen landsgrenzen. Met verwondering, nieuwsgierigheid en gepaste jaloezie zag ik mijn beste vriendinnetje ieder jaar voor een paar weken naar Spanje vertrekken en met een gebruinde huid en geblondeerd, haast groenig, haar weer thuis komen. Een hoofd vol verhalen. Mijn zomers waren (denk ik) niet minder leuk. Met pannenkoeken eten, hutten bouwen en ijsjes kopen bij de ijscoman in de straat had ik mijn eigen hoogtepunten en was het oprecht gezellig. Toch voelde ik het iedere eerste schooldag na de zomervakantie weer opnieuw. Mijn verhalen van onze ‘dagjes weg’ staken, voor mijn gevoel, schril af bij de verhalen van klasgenoten die echt ‘op vakantie’ waren geweest.
Of het daarom zo diep zit, of omdat weggaan in de zomervakantie in mijn leven nooit een zekerheid is geworden, weet ik niet, maar het valt me ieder jaar meer op dat zo enorm de nadruk ligt op ‘waar we heen gaan’. Ook dit jaar hebben wij pas laat kunnen beslissen weg te gaan. Los van het feit dat we zelf ook echt graag wilden, is de druk van vragende mensen niet altijd prettig. Soms kán het namelijk niet. Ik legde uit dat we het leven momenteel duur vinden en een andere auto kochten begin dit jaar. Dat ook vakanties in prijs zijn gestegen en dat we wikten en wogen. Ik vond het opvallend hoe volmondig en met een diepe zucht dit door anderen bevestigd werd. Het leven ís keiduur en een vakantie een fikse uitgave. Was die uitleg nodig? Het voelde soms eerder als verantwoording en dat is niet prettig, maar het leverde uiteindelijk wel eerlijke gesprekken op.
Is het dan toch het gemak van een gespreksonderwerp? Of is het omdat we het elkaar zo gunnen? Ik weet het niet, maar de laatste weken, maanden, vliegt het me soms aan. We moeten weg, ver weg. We moeten op avontuur, nieuwe plekjes ontdekken en vooral heel gebruind terugkeren.
Mensen verontschuldigen zich als ze ‘maar’ in Nederland blijven of zelfs ‘slechts’ naar één van de Canarische eilanden zijn geweest. We maken onszelf en elkaar helemaal gek. We moeten, we moeten, we moeten… (Paul van Vliet wist dit al lang). Terwijl, tenminste zo zie ik het, ‘vakantie krijgen’ een recht is. Als je werkt heb je recht op vakantie(dagen) waarin je even ontslagen bent van de verplichting die je bent aangegaan. ‘Op vakantie gáán’ daarentegen, vind ik nog altijd een vóórrecht. Het is (voor de meeste mensen) superfijn als het kan, maar niemand heeft er recht op.
Is vakantie niet vooral even niets meer moeten? De dingen die je de rest van het jaar soms (te) veel in hun grip houden even mogen loslaten en tijd en rust hebben voor andere dingen, vooral ontspanning. Even niet hoeven te werken, de wekker wat later (of niet) zetten… er is geen gehaast richting sporttrainingen of muziekles en de school is even dicht. Uit de maalstroom van het dagelijks leven, niet meer moeten, ont-moeten. En wie weet wie of wat je in die rust-tijd ontmoet. Nieuwe dingen uitproberen en dingen doen waar je héél blij van wordt. Ontspannen is de sleutel, waar je dan ook bent.
Dit jaar komt het een beetje extra binnen door de gesprekken op mijn werk. Patiënten gaan ook in de zomer door met hun behandelingen, hun agenda wordt bepaald door chemokuren en operaties. Planningen zijn nauwelijks te maken omdat het herstel tussen kuren onvoorspelbaar kan zijn en (dagjes) weg wordt nagenoeg onmogelijk als een kind in het ziekenhuis ligt. Ontsnappen aan wat moet is voor hen wel heel lastig, laat staan hoe moeilijk ontspannen is… Dat, terwijl ze iedereen om zich heen (van vrienden en familie tot verzorgend personeel) vakantie zien krijgen, zelfs weg horen gaan. Hun recht op vakantie lijkt even niet te bestaan, wat mij dankbaarder maakt dat ik wel de kans krijg om vrij te zijn van mijn verplichtingen.
Begrijp me goed, dit is geen pleidooi om thuis te blijven, enthousiasme te temperen of nergens naar te vragen. Ik bedacht me vorige week dat ik best iets fijngevoeliger kan zijn. De vraag ‘hoe is je zomer?’ geeft veel meer ruimte en openheid tot een eerlijk gesprek dan de soms onbedoeld confronterende ‘waar ben je heen geweest?’. Sommige mensen willen niet weg en anderen kúnnen niet weg, om bijvoorbeeld financiële of gezondheidsredenen. Ik denk ook ineens aan mantelzorgers voor wie weg gaan niet meevalt.
Slachtoffer niet diegenen die niet weg gaan, voel je bevoorrecht als je weg wilt en dat ook kunt.
Laten we trouwens eerlijk zijn, op vakantie gaan is natuurlijk ook geen gouden ticket naar geluk en ontspanning. Luister maar eens goed om je heen.
Uiteindelijk moet je het doen met waar je bent, op dit moment. En morgen weer. Of je het voorrecht hebt om weg te gaan, of niet.
Geniet van de zomer, ik wens iedereen rust en ontspanning!




Een verlies, maar niet door de dood. Dat is wat het het is, het komt binnen! Het zit ingekapseld in mijn lijf, veilig en ontastbaar. Veel mensen hebben geen idee, en ik laat het zo. Als ik er niet aan denk, dan is het ver weg.Toch voelt het als een verraad om de liefde en pijn niet naar buiten te laten, het houden van is onvoorwaardelijk..maar onmogelijk om te delen. Het is mijn zelfbehoud.