Soms zijn er van die dagen… Het aantal slecht-nieuwsgesprekken, de enorme hoeveelheid verdriet en de onmetelijke wanhoop vielen me vorige week even zwaar. Onder m’n huid, recht in m’n hart… ik werd zelf verdrietig van het (naderende) afscheid en het verdriet bij jongeren en ouders kwam nog veel harder binnen. Het weer huilde met ons mee, in de vieze regen liet ik vrijdagmiddag het centrum achter me en probeerde ik uit alle macht wel mee te leven, niet mee te lijden. Soms zijn woorden makkelijker dan daden.
Lopende het weekend kwam na de regen ook weer zonneschijn. Fris, winderig, met af en toe een bui, maar steeds vaker de zon klaarde ook mijn stemming weer op. Ik stortte me op mijn studie, genoot van de natte bosgeur en de gezelligheid van de kids thuis.
Op dinsdag, mijn eerste werkdag, bleek het verdriet hier en daar nog voelbaar, maar ik kon weer met frisse moed en energie mijn werk oppakken. Doen wat er te doen is, hoe klein soms ook. Bovendien is er ook altijd veel te lachen en te genieten met al die leuke kids. Gekkigheid, heldere inzichten, ongein en ongelooflijk wijze woorden… wat ze ventileren is zelden saai.
Als ik die dag op tijd naar bed wil gaan, ploft net manlief na een druk avondje naast me op de bank. De ongezellige timing maakt dat ik toch heel even tegen hem aankruip en meekijk naar het begin van de talkshow van Humberto. We hebben te dealen met onze eigen (gezondheids)sores en ‘even samen’ is een paar minuten minder slaap zeker waard. De uitzending begint echter met een extra nieuwsuitzending. In de Gaza-strook is een ziekenhuis gebombardeerd en we zien beelden van vluchtende zieken, gedragen overledenen en door wanhoop gedreven zorg- en hulpverleners. Zo, dat komt binnen. De dreiging van dagen is werkelijkheid geworden. Zorgverleners die weigerden hun patiënten alleen te laten en afscheid namen van hun dierbaren uit verantwoordelijkheidsgevoel en liefde vonden hier samen met hun patiënten de dood. Zelden zag ik zoiets onmenselijks. Ik schiet vol.
Begrijp me goed, ik wil allerminst een politiek standpunt innemen, ik kies alleen de kant van de liefde. Van medemenselijkheid, waardigheid en respect. Mensen die anderen hun bestaansrecht ontnemen, in woord of daad, zijn wat mij betreft af. Het raakt me zo enorm, ik voel boosheid, verdriet en onmacht.
‘Lieverd, moet je niet naar bed?’
Ik denk aan wat me nu te doen staat; tas inpakken, wekker zetten, want morgen wacht een nieuwe dag in het PMC. Dan ineens overvalt het me… een intens gevoel van dankbaarheid. Ik mag daar toch maar weer heen, in alle vrijheid. Ik hoef niet te kiezen tussen mijn gezin en mijn werk. Ik beschik over alle middelen om iedere patiënt waar dan ook mee te helpen. Te ontzorgen, te doen waar behoefte aan is. Ik hoef niet over mijn schouder te kijken of mijn oren op scherp te houden. Nog steeds zou ik véél liever zien dat dit centrum niet nodig was, dat (kinder)kanker niet bestond. Maar nu het er wel is, ben ik blij dat ik in alle rust mijn steentje kan bijdragen. Met alle liefde.



