Onderstaande column schreef én plaats ik in nauw contact met de moeder van Siem.
Siem
In het Prinses Máxima Centrum staat de patiënt en zijn familie centraal. Dat zijn geen holle woorden uit een brochure, maar ik ervaar dit vaak ook zo. De meeste mensen die hier werken, hebben bewust voor het PMC gekozen en willen het beste voor de kids en hun naasten. Of we als collega’s dan nooit botsen? Oh zeker wel. We hebben soms een verschillende kijk op wat goed is om te doen in een bepaalde situatie, wat prioriteit heeft of hoe we ons verhouden tot hen met wie we het beste voor hebben. Daarnaast nemen we natuurlijk ook allemaal weleens een chagrijnig of geprikkeld hoofd mee naar het werk, waardoor de samenwerking niet altijd loopt zoals gehoopt. Toch ervaar ik iedere dag weer dat we het ook echt met elkaar doen; dat we een team zijn en dat we op elkaar terug kunnen vallen mocht dat nodig zijn. Soms is dat namelijk nodig. Verdriet en gevoelens van zorg en machteloosheid overspoelen ons weleens. In ons directe, kleine team kennen we elkaar behoorlijk goed, lezen we elkaars gezicht en voelen we soms onbewust aan wanneer iemand even tijd voor zichzelf nodig heeft. Gelukkig is ook buiten die kleine kring oog voor elkaar. De eerste keer werd ik daar warm door verrast.
Op de poli bereiden we altijd de spreekuren van de volgende dag voor. We checken per patiënt of de afspraken kloppen, of alles geregeld is en ook of er nieuwe patiënten zullen komen. We willen dat ze zich gezien, gehoord en opgevangen voelen als ze in een startende achtbaan bij ons binnen stappen.
Op een dag hoor ik bij de dagstart dat er een nieuwe jongen, Siem, zal komen. Een tiener die al wat langer klachten heeft. Rondom het tijdstip dat hij zijn eerste afspraak heeft, ben ik alerter op mensen die de trap op komen of zoekend uit de lift stappen. Ik zoek oogcontact en ineens zie ik haar, moeder van Siem. Ze kijkt me aan en ons beider mond valt open. We woonden als kind bij elkaar in de wijk, onze ouders waren ooit bevriend. Dat ze op de basisschool bij mijn oudere zus in de klas zat, ze tijdens de geboorte van Siem is ondersteund door mijn jongere zusje die verloskundige was en ze nu met de zieke Siem aan mijn balie komt, zorgt voor gedachtengangen en emoties die ons allebei overvallen. Ik pak haar vast, maak kennis met Siem en papa en na een raar ‘bijklets’-momentje doe ik wat ik moet doen. Inschrijven, informeren en voelen wat nodig is. Ik voel me wat zweverig, het kost me meer moeite dan anders om alleen af te gaan op wat mijn antennes oppakken en te onderdrukken wat er in mijn eigen lijf gebeurt. Dat hoeft uiteindelijk ook niet. Voor hen was het al een bizarre situatie, voor mij nu ook en dat verbindt. We spreken erover en als ik weer land voel ik daadkracht, zoals altijd.
Siem gaat aan zijn afspraken beginnen en krijgt eerst een aantal onderzoeken. Ik ben bezig met de drukke spreekuren als één van de pedagogisch medewerkers bij me op de balie komt zitten: ‘joh, wat hoor ik nu?’ Met mijn hoofd ergens anders weet ik even niet wat hij bedoelt en we vervolgen ons gesprek in de ruimte achter de balie, met gesloten deur. Hij vertelt me dat hij hoorde van Siem, dat ik bekend ben met moeder en hij vraagt me hoe dat voor mij is. Ik herinner me dat ik eerst wat lacherig op de automatische piloot antwoord: ‘Oh prima hoor’. Gelukkig vraagt hij door en breek ik even door mijn muurtje. Natuurlijk ben ik niet helemaal oké en het is fijn dat even te delen.
Later op de dag wacht Siem na alle onderzoeken op de afspraak met de arts. Zijn oncoloog komt aanlopen, maar in plaats van dat hij Siem meeneemt, loopt hij langs mijn balie: ‘Heb je even?’. Dus hup, ik weer naar achteren, een beetje zenuwachtiger dit keer hoewel ik weet dat dit volledig onnodig is. Ook hij vraagt naar mij, of ik mijn werk kan doen, hoe ik me voel en of er een andere assistente dit spreekuur moet overnemen? Ik word wat ongemakkelijk van alle aandacht voor mij. ‘Siem is duidelijk ziek, hij heeft aandacht nodig, ik red me wel’. Toch?
Toch denk ik nog vaak terug aan deze eerste dag met, naar blijkt, een ontzettend lieve en wijze Siem. Hij is geen makkelijke weg gegaan, lag vaak opgenomen en de behandeling was zwaar. Uiteindelijk heeft hij na enkele maanden het leven los moeten laten. In zijn liefde, geduld en de manier waarop hij zijn ziekte droeg, was hij een voorbeeld en een leermeester. En ik kon soms iets héél kleins voor hem terug doen. Mede dankzij mijn collega’s.



