Uren kan ik dobberen in water met een behoorlijk zoutgehalte. Zonder al teveel moeite blijf ik drijven en geniet ik van de zon op m’n gezicht en het geroezemoes boven water. ‘Gek idee dat ik vanaf nu de rest van mijn leven moet werken, m’n jeugd is nu echt wel voorbij. Ik wil eigenlijk maximaal 3 of 4 dagen werken hoor en de rest genieten’. Wat verbaasd kom ik omhoog en kijk ik naar een begin twintiger die zijn moeder probeert te overtuigen van de slechte kwaliteit van zijn leven. Hoewel ik als een beetje zure bejaarde-in-spe irritatie voel over de arbeidsethos van deze jongeman, flap ik er een stuk positiever uit: ‘Dan moet je zorgen dat werken niet als werken voelt’. Oeh, wat een dooddoener. Ik ben mijn eigen grootste criticus en kan mezelf wel voor m’n hoofd slaan om dit cliché. Toch heb ik zijn aandacht getrokken en de jongeman kijkt me wat geïnteresseerd, maar vertwijfeld aan… ‘Eh ja, dat klínkt leuk…’. Hij ziet het blijkbaar niet zo voor zich. Ik vul nog aan dat het fijn is als je iets doet wat je leuk vindt of waar je hart ligt en dat werken dan niet perse een straf hoeft te zijn. Met zijn gezicht op standje ‘dat is makkelijker gezegd dan gedaan’ op mijn netvlies loop ik naar mijn strandbedje. Het laat me niet los.
Inmiddels ligt deze scene zo’n drie weken achter me en al die tijd denk ik regelmatig aan mijn eigen woorden terug. Wanneer voelt iets niet als werk? Is dat als je hobby uit de hand is gelopen, het werk je makkelijk af gaat of als je er voor je gevoel ook veel voor terug krijgt? Ik merk namelijk dat dit laatste bij mij aan de hand is. Naast alle verdrietige situaties op het werk, leer ik van de kinderen, jongeren en hun ouders, groei ik in m’n functie en als mens en voelt het gewoon fijn om iets te kunnen betekenen voor een ander. Toch is daar niet alles me gezegd en ik mijmer nog even door. Er zijn genoeg banen te bedenken waar deze dingen misschien minder voor gelden. Wat had ik de jongeman nog kunnen zeggen? Verder dan hem te stimuleren een plekje te zoeken dat echt bij hem past was ik bij nader inzien ook niet gekomen.
Tot gisteren een jonge tiener op mijn werk een ander licht erbij werpt. Ze heeft nogal wat last van de bijwerkingen van haar kuur terwijl het ook nog eens zomervakantie is. Een slechte timing, vindt ze zelf, en ik wens haar in ieder geval zoveel als mogelijk plezier op vakantie. Ze haalt haar schouders wat verongelijkt op, alsof ze er zelf niet echt in gelooft en zegt: ‘Al kan ik in ieder geval maar een beetje meedoen met het leven’. Te wijze woorden voor dit grietje en ze komen binnen.
Dat is het, het gevoel dat je mee mag doen is onbetaalbaar. Op het werk, maar ook daarbuiten. We zijn ons daar misschien te weinig van bewust, maar dat je mee mag doen en soms zelfs kunt kiezen op welke plaats en op welke manier is een enorm voorrecht. Ik ben realistisch genoeg om te snappen dat de gezonde jongeman dit inzicht nog mist, maar wat had ik hem graag mee laten luisteren gisteren. Ik hoop dat hij zijn plekje vindt waar hij als een puzzelstukje past.
En dat de jonge meid een heerlijke vakantie heeft.



